Vrij toegankelijk nefrologisch onderwijs · nefropedia.nl

Alles wat je moet weten
over nierziekten

Voor studenten geneeskunde, coassistenten, AIOS/ANIOS, internisten en alle andere dokters. Presentaties, richtlijnen, video's en leerboekhoofstukken — alle bronnen duidelijk vermeld.

13
hoofdstukken
80+
onderwerpen
120+
leermaterialen
Anatomische doorsnede van de nier met arterie, vene en pelvis
Alle hoofdstukken
Nierfysiologie
GFR · tubulaire functie · RAAS · zuur-base · elektrolieten
Glomerulaire aandoeningen
IgA · FSGS · MN · MPGN · vasculitis · lupus · anti-GBM · TMA
Tubulaire aandoeningen
RTA · ATN · Fanconi · tubulointerstitiële nefritis · cystische ziekten
Elektrolietstoornissen
Na · K · Ca · Mg · fosfaat
Zuur-base stoornissen
Metabole acidose/alkalose · respiratoir · AG · Stewart
Cardio-renaal syndroom
Types 1–5 · cardiorenal · renovasculaire hypertensie · hepatorenaal
Hepato-renaal syndroom
HRS type 1 & 2 · levercirrose · terlipressine · TIPS · transplantatie
Chronische nierziekte
stadiëring · progressie · complicaties · dialyse · transplantatie
Systeemziekten & nier
diabetes · amyloïdose · myeloom · sikkelcel · tuberculose
Genetische nierziekten
ADPKD · cystennieren · Alport · erfelijke glomerulopathieën
Nefrolithiasis
nierstenen · calcium · urinezuur · struviet · cystine · behandeling
Over deze website
Gemaakt door Dr. Edwin M. Spithoven, nefroloog · LinkedIn
Alle gebruikte bronnen zijn per onderwerp zichtbaar vermeld. Teksten, richtlijnen en leerboekverwijzingen zijn voorzien van directe links naar de originele bron. Dr. Spithoven is tevens medeauteur van Project Tulip Academy.
Recent toegevoegddeze week

Nierfysiologie

De nieren reguleren de vloeistofbalans, elektrolieten, zuur-base-evenwicht en de uitscheiding van afvalstoffen. Ze produceren hormonen zoals erytropoëtine (EPO) en activeren vitamine D. Kennis van nierfysiologie is de basis voor het begrijpen van alle nierziekten.

Bron: Project Tulip Academy — Anatomie & Fysiologie
Onderwerpen uit het leerboek
Glomerulaire filtratiesnelheid (GFR)
Nettofiltratiedruk · Starling-krachten · autoregulatie
Tubulaire reabsorptie
PCT · lis van Henle · DCT · verzamelbuisje
RAAS-systeem
Renine · angiotensine II · aldosteron · bloeddrukregulatie
ADH / vasopressine
Waterreabsorptie · osmolariteitsregulatie · SIADH
Natrium- en kaliumregulatie
Aldosteron · ENaC · ROMK · diuretica
Calcium- en fosfaatregulatie
PTH · FGF-23 · vitamine D · CKD-MBD
Zuur-base regulatie
Bicarbonaatbuffer · renale H⁺-secretie · RTA
Erytropoëse en EPO
Zuurstofmeting · EPO-productie · anemie bij CNZ
Vitamine D synthese
25-OH → 1,25-OH (calcitriol) · regulatie door PTH
Diuretica en vloeistofbalans
Lisdiuretica · thiaziden · kaliumsparende diuretica
Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties toegevoegd.
Richtlijnen (PDF)0 documenten
Nog geen PDF's toegevoegd.
Video's
Leerboek

Glomerulaire aandoeningen

Aandoeningen van de glomerulaire filtratiemembraan — presenteren met proteïnurie, hematurie of nefrotisch/nefritisch syndroom. Omvat primaire glomerulonefritiden en systemische aandoeningen met nierparticipatie.

Bron: Project Tulip Academy — Glomerular Disease
AlleIgA-nefropathieFSGSMNLupusnefritisVasculitisTMA
Onderwerpen uit het leerboek
IgA-nefropathie
Meest voorkomende GN · vier-hit model · KDIGO 2021
Membraneuze nefropathie
Anti-PLA2R · nefrotisch syndroom · rituximab
Minimal change disease
Podocytschade · kinderen en volwassenen · steroïden
FSGS
Focale segmentale glomerulosclerose · primair / secundair
MPGN
Immuuncomplex · complement · C3-glomerulopathie
Granulomatose met polyangiitis
ANCA-vasculitis · GPA · MPA · cyclophosphamide
Lupusnefritis
SLE · klasse I–VI · MMF · hydroxychloroquine
Anti-GBM-nefritis
Goodpasture · snel progressief · plasmaferese
Trombotische microangiopathie
TTP · HUS · aHUS · ADAMTS13 · eculizumab
Alport-syndroom
Collageen IV mutatie · familiaire hematurie
Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties.
Richtlijnen (PDF)0 documenten
Nog geen PDF's.
Video's
Richtlijnen
Leerboek

Tubulaire aandoeningen

Stoornissen in de tubulaire functie — secretie, reabsorptie en concentratie. Omvat acute nierschade, tubulaire acidosen, interstitiële nefritis en cystische nierziekten.

AlleAKIATNRTA type 1RTA type 2RTA type 4ADPKDTIN
Onderwerpen uit het leerboek
Acute nierschade (AKI)
Prerenaal · intrarenaal · postrenaal · AKIN-classificatie
Acute tubulaire necrose
Ischemie · nefrotoxinen · contrast · aminoglycosiden
Tubulointerstitiële nefritis
NSAID's · antibiotica · immuungemedieerd · sarcoidose
RTA type 1 (distaal)
H⁺-secretiedefect · nefrocalcinose · hypokaliëmie
RTA type 2 (proximaal)
Bicarbonaatverlies · Fanconi · tenofovir
RTA type 4
Hyperkaliëmisch · aldosterondeficiëntie · diabetisch
ADPKD
Autosomaal dominant · PKD1/PKD2 · tolvaptan
Bartter / Gitelman
Tubulaire zoutverlies · hypokaliëmie · alkalose
Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties.
Richtlijnen (PDF)0 documenten
Nog geen PDF's.
Leerboek

Elektrolietstoornissen

Stoornissen in serumelektrolieten en zuur-base-evenwicht — veelvoorkomend op elke afdeling. Diagnostische algoritmen, alarmsignalen en evidence-based correctiestrategieën.

AlleNatriumKaliumCalciumMagnesiumFosfaatZuur-base
Onderwerpen
Hyponatriëmie
SIADH · hypovolemisch · correctiesnelheid · tolvaptan
Hypernatriëmie
Diabetes insipidus · dehydratie · centrale vs nefrogeen
Hypokaliëmie
Diuretica · Bartter/Gitelman · ECG-veranderingen
Hyperkaliëmie
CNZ · ACE-remmer · RAAS · spoedbehandeling
Metabole acidose
AG-berekening · MUDPILES · RTA · bicarbonaat
Metabole alkalose
Braken · diuretica · Conn · chloride
Calciumstoornissen
PTH · vitamine D · maligniteit · CNZ-MBD
Fosfaatstoornissen
FGF-23 · refeeding · hyperfosfatemie bij CNZ
Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties.
Richtlijnen (PDF)0 documenten
Nog geen PDF's.
Richtlijnen

Zuur-base stoornissen

Systematische benadering van zuur-base-stoornissen — van de Henderson-Hasselbalch-vergelijking tot de Stewart-benadering. Onmisbaar voor elke arts op de spoedeisende hulp, de afdeling interne geneeskunde en de IC.

Bron: Project Tulip Academy — Nierfysiologie (zuur-base regulatie)
Alle Metabole acidose Metabole alkalose Respiratoire acidose Respiratoire alkalose Gemengd Stewart
Onderwerpen
Basisprincipes zuur-base
pH · pCO₂ · bicarbonaat · Henderson-Hasselbalch · compensatie
Metabole acidose — verhoogd AG
MUDPILES · lactaatacidose · ketoacidose · ureum · salicylaat
Metabole acidose — normaal AG
RTA type 1/2/4 · diarree · urine-AG · fludrocortison
Metabole alkalose
Braken · diuretica · Conn · Bartter/Gitelman · chloride-responsief
Respiratoire acidose
COPD · hypoventilatie · renale compensatie · bicarbonaatstijging
Respiratoire alkalose
Hyperventilatie · hoogtziekte · sepsis · angst · lever
Gemengde stoornissen
Delta-delta ratio · stappenplan · klinische interpretatie
Stewart-benadering
Strong ion difference (SID) · albumine · fosfaat · alternatief voor HH
Zuur-base bij CNZ
Metabole acidose · bicarbonaat-suppletie · progressie-impact
Diagnostisch stappenplan
Stap 1–6 · pH → pCO₂ → bicarbonaat → AG → delta-delta → oorzaak
Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties.
Richtlijnen (PDF)1 document
Video's
Leerboek

Cardio-renaal syndroom

De bidirectionele wisselwerking tussen hart en nieren — een disfunctie van het ene orgaan veroorzaakt schade aan het andere. Omvat vijf typen, renovasculaire hypertensie en het hepatorenaal syndroom.

AlleCRS type 1CRS type 2CRS type 3–5RenovasculairHepatorenaal
Onderwerpen uit het leerboek
CRS type 1 — acuut cardiorenal
Acuut hartfalen → acuut nierletsel · veneuze congestie
CRS type 2 — chronisch cardiorenal
Chronisch hartfalen → progressieve CNZ
CRS type 3 — acuut renocardiac
AKI → acuut hartfalen · volume-overbelasting
CRS type 4 — chronisch renocardiac
CNZ → LVH · hartfalen · cardiovasculaire sterfte
CRS type 5 — systemisch
Sepsis · diabetes · amyloïdose · systemische oorzaken
Renovasculaire hypertensie
Nierarteriestenose · RAAS-activatie · ACE-remmer
Hepatorenaal syndroom
Levercirrose → splanchnische vasodilatatie · terlipressine
CV-risico bij CNZ
LVH · atherosclerose · plotse dood · statines
Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties.
Richtlijnen (PDF)0 documenten
Nog geen PDF's.
Video's
Leerboek

Chronische nierziekte

Progressief verlies van nierfunctie — stadiëring, remming van progressie, behandeling van complicaties en voorbereiding op nierfunctievervangende therapie. Multidisciplinaire zorg van vroeg CNZ tot eindstadium nierziekte.

Bron: Project Tulip Academy — Chronic Kidney Disease
AlleStadiëringAnemieCNZ-MBDHemodialysePeritoneaaldialyseTransplantatieDiabetisch
Onderwerpen uit het leerboek
Stadiëring G1–G5 + albuminurie
KDIGO-risicoklassen · heatmap · GFR-categorieën
Progressie remmen
RAAS-blokkade · SGLT-2-remmers · bloeddrukcontrole
Renale anemie
EPO-tekort · ESA's · intraveneus ijzer · doelwaarden
CNZ-MBD
Hyperfosfatemie · PTH · vitamine D · calcimimetica
Metabole acidose
Bicarbonaat-suppletie · progressieversnelling
Hyperkaliëmie
Dieet · patiromer · SZC · RAAS-gebruik
Hemodialyse
Vasculaire toegang · adequaatheid · complicaties
Peritoneaaldialyse
CAPD · APD · residuele nierfunctie · peritonitis
Niertransplantatie
Donortypen · immunosuppressie · rejectie · uitkomsten
Diabetische nefropathie
Meest voorkomende oorzaak ESKD · SGLT-2 · GLP-1
Amyloïdose / myeloom
AL · AA · lichte-ketencast-nefropathie
Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties.
Richtlijnen (PDF)0 documenten
Nog geen PDF's.
Richtlijnen
Project Tulip — links per onderwerp

Genetische nierziekten

Erfelijke aandoeningen die de nieren aantasten — van cystische nierziekten tot glomerulopathieën op basis van een genetisch defect. Vroege herkenning is essentieel voor familiescreening en gerichte therapie.

Onderwerpen
ADPKD — cystennieren
Autosomaal dominant · PKD1/PKD2 · tolvaptan · bloeddruk · nierfunctieverlies
ARPKD
Autosomaal recessief · PKHD1 · neonatale presentatie · leverfibrose
Alport-syndroom
COL4A3/4/5 mutatie · hematurie · doofheid · oogafwijkingen · ACE-remmer
Thin basement membrane
Goedaardige familiaire hematurie · COL4A3/4 · overlap met Alport
Nefronoftise
NPHP-genen · juveniele ESKD · ciliopathie · retinale dystrofie
Fabry-ziekte
X-gebonden · alfa-galactosidase A · cardiomyopathie · enzymtherapie
CAKUT
Congenitale afwijkingen nier & urinewegen · VUR · hydronefrose · dysplasie
Medullaire cystische nierziekte
UMOD · MUC1 mutatie · jicht · interstitiële nefritis
Tubereuze sclerose
TSC1/TSC2 · angiomyolipomen · cystes · niercelcarcinoom · mTOR-remmers
Von Hippel-Lindau syndroom
VHL-gen · hemangioblastomen · niercelcarcinoom · surveillance
Presentaties & PDF's1 document
Links per ziektebeeld — Project Tulip Academy
PDF uploaden op TransIP
Upload het bestand cysten_nieren.pdf via de File Manager op TransIP naar de map www/ — naast index.html. De downloadknop werkt dan automatisch.

Nefrolithiasis

Nierstenen — pathofysiologie, classificatie, behandeling en preventie. Auteur: Dr. E.M. Spithoven, nefroloog.

Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties toegevoegd.
Steentypen — klik voor directe uitleg
▶ Calciumoxalaat (75%)
Idiopathisch · Randall's plaques · hypercalciurie · hyperoxalurie · hypocitraturie · PH1/2/3 · enterische hyperoxalurie
▶ Calciumfosfaat (6%)
Hoge urine-pH · apatiet (pH >6,8) · brushiet (pH 6,5–6,8) · distale RTA · hyperparathyreoïdie
▶ Struviet (6%)
Ureaseproducerende bacteriën · staghorn · urineweginfectie · volledige steenverwijdering
▶ Urinezuur (12%)
Lage urine-pH · metabool syndroom · pKa 5,5 · doel-pH 6,5–7,0 · kaliumcitraat · allopurinol
▶ Cystine (<1%)
Autosomaal recessief · SLC3A1/SLC7A9 · doel-pH >7,5 · tiopronine · penicillamine
▶ Algemene behandeling
Urineproductie >2,5–3 L/dag · ESWL · URS · PNL · geen calciumrestrictie
Algemeen

Nierstenen, ook bekend als nefrolithiasis, ontstaan in de nier door kristallisatie van lithogene factoren en kunnen het lichaam verlaten via de urinestroom. Een zeer kleine steen kan passeren zonder symptomen te veroorzaken, maar wanneer een steen groter wordt dan 5 mm veroorzaakt hij een blokkade van de ureter met hevige pijn in de onderrug of buik.

De steengrootte beïnvloedt de kans op spontane passage. Tot 98% van de stenen kleiner dan 5 mm passeert spontaan binnen vier weken; voor stenen van 5–10 mm daalt dit tot minder dan de helft. Identificatie van het type steen is cruciaal voor verdere preventie.

Frequentie steentypen: calciumoxalaat (75%), urinezuur (12%), calciumfosfaat (6%), struviet (6%), cystine (<1%), geneesmiddelgerelateerd (zeldzaam). Stenen worden vernoemd naar hun belangrijkste bestanddeel, behalve urinezuur, struviet, brushiet en cystine, waarbij elk percentage de naam bepaalt. Steenanalyse via röntgendiffractie of infraroodspectroscopie geeft de meest nauwkeurige compositiebepaling.

Epidemiologie

Nefrolithiasis treft alle leeftijden, rassen en geslachten. Mannen worden twee keer zo vaak getroffen als vrouwen. Het risico is lager bij mensen van Afrikaanse en Midden-Amerikaanse afkomst. Steenziekte begint meestal tussen de leeftijd van 20 en 60 jaar. Wereldwijd stijgt de prevalentie; circa 12% van de bevolking in westerse samenlevingen ontwikkelt ooit een niersteen.

Nierstenen hebben een hoog recidiefpercentage van bijna 50%. Metafylactische (preventieve) maatregelen worden aangeboden aan patiënten met recidiverende steenziekte, meerdere stenen, een enkele nier of steenziekte die op zeer jonge leeftijd begint.

Symptomen

Het kenmerk van een steen die de ureter of het nierbekken obstrueert is een ondraaglijke, intermitterende pijn die uitstraalt van de flank naar de lies of de binnenzijde van het bovenbeen. Deze pijn, bekend als nierkoliek, wordt omschreven als een van de hevigste pijnsensaties en komt typisch in golven van 20–60 minuten door peristaltische contracties van de ureter. Tijdens de aanval kunnen patiënten niet stilliggen en hebben zij drang om te bewegen. Misselijkheid, braken en zweten zijn vaak begeleidende symptomen.

Oorzaak & pathofysiologie

De oorzaak van nefrolithiasis is vaak multifactorieel. Genetische en omgevingsfactoren dragen ongeveer gelijkwaardig bij. Het westerse dieet speelt een belangrijke rol: een hoge inname van zout, niet-zuivel dierlijk eiwit en suiker en een lage inname van fruit en groenten verhogen de kans op steenvorming. Ongeveer de helft van de patiënten noemt een aangedaan eerstegraads familielid.

Stenen kunnen alleen ontstaan door oververzadiging van de urine: de urine bevat meer opgeloste stoffen dan oplosbaar is, waardoor kristallen groeien. De oplosbaarheid hangt af van de urine-pH en kristallisatieremmers zoals citraat, magnesiumionen en urine-eiwitten. Kristallen die in de nier ontstaan worden normaal snel verwijderd; stenen vormen zich makkelijker in verwijde structuren met lage stroming (chronisch verwijd nierbekken, blaasresidu).

Idiopathische calciumoxalaatstenen ontwikkelen zich op Randall's plaques — hydroxyapatietafzettingen op de nierpapil, voor het eerst beschreven door Alexander Randall in 1937. Zichtbaar als witte gebieden bij percutane nefroscopie waarop groenbruin steenmateriaal hecht. Risicofactoren voor plaquevorming: laag urinevolume, hypercalciurie, lage urine-pH. Een mogelijke remmer van plaquevorming is het pyrofosfaatmolecuul (Pseudoxanthoma Elasticum-patiënten met aangeboren laag pyrofosfaatgehalte ontwikkelen frequent recidiverende calciumoxalaatstenen).

Bij recidiverende idiopathische calciumoxalaatstenen worden metabole risicofactoren gevonden: hypercalciurie (60%), hyperuricosurie (35%), hypocitraturie (30%), hyperoxalurie (10%). Calciumexcretie is gekoppeld aan natriumexcretie; genoombrede associatiestudies wijzen op genetische variaties in Na/Pi-cotransporters, claudine 14/16/19, calcium-sensing receptor, TRPV5 en vitamine D-inactivatieproteïnen.

Steenclassificatie

Nierstenen worden geclassificeerd op basis van kristalsamenstelling en oorzaak. Een steen heet idiopathisch wanneer specifieke oorzaken zijn uitgesloten; slechts een minderheid heeft een aantoonbare specifieke oorzaak. Laboratoriumanalyse van bloed en urine helpt secundaire oorzaken op te sporen en de metafylactische behandeling te sturen.

Calciumoxalaatstenen (75%)

Calciumoxalaatkristallen bestaan in twee vormen: calciumoxalaatmonohydraat (whewelliet) en calciumoxalaatdihydraat (weddelliet). De meeste stenen zijn idiopathisch.

Secundaire oorzaken: verworven hypercalciurie (primaire hyperparathyreoïdie, vitamine D-intoxicatie, verhoogde activering van vitamine D bij granulomen), genetische of verworven hyperoxalurie, systemische acidose (induceert zowel hypercalciurie als hypocitraturie).

Enterische hyperoxalurie: vetmalabsorptie door inflammatoire darmziekte, pancreasinsufficiëntie, coeliakie of bariatrische chirurgie. Vetzuren in het colon binden calcium en laten oxalaat vrij voor absorptie. Andere oorzaken: overmatige inname van spinazie, rabarber, snijbiet, zuring, chocolade, zwarte thee of vitamine C.

Primaire hyperoxalurie (PH): zeer zeldzame autosomaal recessieve stoornissen van het hepatisch glyoxylaatmetabolisme (PH1, PH2, PH3). Leidt tot nefrocalcinose, recidiverende nierstenen, nierschade, systemische oxalose en multi-orgaanfalen. Behandeling: lumasiran of nedosiran (RNA-silencing); vitamine B6 als co-enzym bij mildere PH1.

Metafylaxis: vochtinname → ≥2–3 L urine/dag · laag zoutdieet · beperkt dierlijk eiwit · rijk aan fruit en groenten · geen calciumrestrictie (verhoogt oxalaatexcretie) · kaliumcitraat bij hypocitraturie · thiaziden bij idiopathische hypercalciurie · laag oxalaatdieet bij hyperoxalurie · calciumsupplementen bij de maaltijd bij enterische hyperoxalurie.

Calciumfosfaatstenen (6%)

Calciumfosfaatkristallen bestaan als apatiet (carbonaatapatiet/dahliet of hydroxyapatiet, pH >6,8) en brushiet (calciumwaterstoffosfaat, pH 6,5–6,8). Bij stijgende pH converteert brushiet naar carbonaatapatiet. Apatiet is vaak gemengd met calciumoxalaat door pH-schommelingen tijdens steengroei. Brushietstenen komen meestal in monominerale vorm voor.

Risicofactoren: hogere urine-pH, laag vochtinname, hypercalciurie, hypocitraturie. Vaker bij jonge vrouwen, mogelijk door alkalisch dieet of hogere ammoniakproductie die later in het leven daalt.

Secundaire oorzaken: distale RTA (hoge urine-pH + lage citraat), primaire hyperparathyreoïdie (hypercalciurie én verworven distale RTA), urineweginfectie met ureaseproducerende organismen (stimuleert apatiet samen met struviet).

Metafylaxis: correctie secundaire oorzaken · alkalitherapie (kaliumcitraat, natriumbicarbonaat) bij distale RTA: verlaagt calciumexcretie, verhoogt citraat · thiaziden bij idiopathische hypercalciurie · bij idiopathische brushietstenen bij jonge vrouwen (na uitsluiting RTA): urineverzuring, streef-pH <6,2 via dieet of methionine.

Struvietstenen (6%)

Struvietkristallen (magnesiumammoniumfosfaathexahydraat) worden altijd veroorzaakt door kolonisatie met ureaseproducerende micro-organismen: Providencia, Proteus, Pseudomonas, Ureaplasma. Urease hydrolyseert ureum tot ammonium en CO₂, verhoogt de urine-pH lokaal (>7,0) en induceert struvietprecipitatie. Naast struviet kunnen infectiestenen carbonaatapatiet- en ammoniumuraatkristallen bevatten.

De ureaseproducerende bacteriën zijn niet altijd in voldoende concentraties aanwezig om een urinekweek positief te maken. Steenkweken van fragmenten verkregen bij PNL zijn gevoeliger. Ureaplasma vereist gespecialiseerde kweekMedia maar is makkelijker aantoonbaar met PCR.

Struvietstenen kunnen het nierbekken en de calices geheel opvullen: staghorn-stenen (hertshoornstenen), ook wel koraalstenen. Metafylaxis: volledige steenverwijdering én eradicatie van de urineweginfectie. Urineverzurende maatregelen hebben geen bewezen effect.

Urinezuurstenen (12%)

Urinezuurstenen komen 2–4× vaker voor bij mannen. Uraat is het eindproduct van het purinemetabolisme. Urinezuur is een zwak zuur met pKa 5,5: bij pH 5,5 is 50% geprotoneerd (slecht oplosbaar) en 50% als uraat (goed oplosbaar). Hoe lager de pH, hoe meer geprotoneerd. Oververzadiging is makkelijker bereikt bij hoge urinezuurexcretie, laag urinevolume en lage pH.

Risicofactoren: dieet rijk aan dierlijk eiwit (vlees, vis) → lage urine-pH + hoge purine-inname · metabool syndroom (centrale obesitas, insulineresistentie, hypertensie, dyslipidemie) → verminderde ammoniakproductie → lage pH · myeloproliferatieve aandoeningen → verhoogde urinezuurexcretie.

Metafylaxis: hogere vochtinname inclusief alkaliserende dranken (bicarbonaatrijk mineraalwater, citrussappen) · dieet met lager puringehalte (plantaardige producten bevatten minder purine én hebben alkaliserend effect) · gewichtsreductie bij obesitas · kaliumcitraat of natriumbicarbonaat, streef-pH 6,5–7,0 (bij pH 6,5 is 90% van urinezuur gedeprotoneerd naar het goed oplosbare uraat) · allopurinol of febuxostat.

Cystinestenen (<1%)

Cystinurie is een autosomaal recessieve erfelijke ziekte gekenmerkt door hoge cystineconcentraties in de urine door een transportdefect van dibasische aminozuren (cystine, lysine, arginine, ornithine). Mutaties in SLC3A1 en SLC7A9 — de genen voor de twee eiwitsubeenheden van de betrokken transporter aan de apicale zijde van de proximale tubulus — veroorzaken cystinurie. Cystine is een dimeer van cysteïne verbonden door een disulfidebrug en slecht oplosbaar in urine.

Metafylaxis: hoog urinevolume (≥3,5 L/dag) · urine-pH >7,5 met alkalisch citraat (oplosbaarheid neemt sterk toe boven pH 7,0) · eiwitarm dieet. Bij onvoldoende effect thiolbevattende moleculen die de disulfidebrug breken:

  • Tiopronine (Thiola) — even effectief als penicillamine, beter verdragen, eerste keus
  • Penicillamine — dosering langzaam ophogen vanwege bijwerkingen
  • ACE-remmers of angiotensine-receptorblokkers — verlagen de cystine-excretie via RAAS-blokkade
Behandeling

Metafylactische behandeling bestaat uit algemeen en steenspecifiek advies. De belangrijkste maatregel ongeacht de steensamenstelling is voldoende verdunning van de urine: vochtinname zodanig dat minimaal 2,5–3 liter urine per dag wordt geproduceerd, gelijkmatig verdeeld over de dag. Steenspecifieke metafylactische maatregelen zijn per steentype hierboven beschreven.

Urologische behandeling is geïndiceerd wanneer stenen niet spontaan passeren en symptomen geven, leiden tot infectie of nierschade. Chirurgische opties:

  • ESWL (extracorporale schokgolflithotripsie) — niet-invasief, gefocuste ultrasone pulsen gedurende 30–60 minuten. Minder effectief bij brushiet, calciumoxalaatmonohydraat (whewelliet) en cystinestenen vanwege hoge dichtheid.
  • URS (ureterorenoscopie) — endoscopische steenverwijdering via de urinewegen met laserfragmentatie.
  • PNL (percutane nefrolithotomie) — via kleine huidincisie direct toegang tot de nier; voor grote of ESWL-resistente stenen.
Keuze van procedure

De keuze hangt af van grootte, locatie en samenstelling van de steen:

  • ESWL — geschikt voor kleinere stenen (<2 cm) in nierbekken of proximale ureter; niet-invasief maar minder effectief bij dichte stenen (brushiet, whewelliet, cystine).
  • URS — geschikt voor stenen in de ureter, kleinere niersteenstenen en ESWL-resistente stenen; dunne endoscoop via urinewegen met laserfragmentatie.
  • PNL — voorkeursbehandeling voor grote (>2 cm) nierstenen en voor struviet/staghorn-stenen; via kleine huidincisie directe toegang tot de nier; meest invasief.
Prognose

Nierstenen hebben een sterke neiging tot recidiveren. Wanneer metafylactisch advies wordt gegeven, geldt dit voor het hele leven van de patiënt. Follow-up is belangrijk voor adequate therapietrouw en beperking van recidieven: 24-uurs urineverzamelonderzoek, urine-pH-monitoring en gesprekken over voedingsgewoonten en vochtinname. Bij correct uitgevoerde metafylaxe wordt het recidiefrisico aanzienlijk verlaagd.

Richtlijnen & referenties
Referenties:
1. Hesse A, Tiselius H, Siener R, Hoppe B. Urinary Stones. 3rd revised and enlarged edition.
2. Türk C, Neisius A, Petrik A, Seitz A, Skolarikos A, Thomas K. Urolithiasis. EAU; 2000 [bijgewerkt 2020].

Hepato-renaal syndroom

Het hepato-renaal syndroom (HRS) is een levensbedreigende complicatie van ernstige leverziekte, gekenmerkt door functioneel nierfalen zonder structurele nierschade. Het ontstaat door splanchnische vasodilatatie en renale vasoconstrictie als gevolg van portale hypertensie.

Bron: Project Tulip Academy — Hepatorenal Syndrome
Onderwerpen — klik voor Project Tulip
Algemeen
Functioneel nierfalen · geen structurele schade · portale hypertensie · splanchnische vasodilatatie
Epidemiologie
20–40% van cirrosepatiënten met ascites · 1-jaarsoverleving HRS-1 zonder behandeling <10%
HRS type 1 (HRS-AKI)
Snel progressief · kreatinine verdubbeling in <2 weken · vaak uitgelokt door SBP, bloeding of ingreep
HRS type 2 (HRS-CKD)
Langzamer progressief · geassocieerd met refractaire ascites · mindere prognose dan HRS-1
Pathofysiologie
Splanchnische vasodilatatie (NO) → renale vasoconstrictie (angiotensine II, ADH, noradrenaline) → gedaalde GFR
Diagnose
Uitsluitingsdiagnose · geen verbetering na 2 dagen albumine-infusie + stop diuretica · geen shockmarkers · echo normaal
Behandeling
Terlipressine + albumine · noradrenaline + albumine · TIPS · levertransplantatie definitieve behandeling
Preventie
Albumine bij SBP · voorzichtig diureticagebruik · vroege herkenning uitlokkende factoren · NSAID's vermijden
Presentaties0 bestanden
Nog geen presentaties toegevoegd.
Leerboek — Project Tulip

Systeemziekten & de nier

Systemische aandoeningen met wisselende nierparticipatie — van diabetische nefropathie als meest voorkomende oorzaak van eindstadium nierziekte tot zeldzame aandoeningen zoals sikkelcelnefropathie. Alle links verwijzen rechtstreeks naar Project Tulip Academy.

Bron: Project Tulip Academy — Multisystem Disease with Variable Kidney Involvement
Ziektebeelden — klik voor Project Tulip
Diabetische nefropathie
Meest voorkomende oorzaak ESKD wereldwijd · microalbuminurie · SGLT-2-remmers · GLP-1 · RAAS-blokkade · progressieremming
Tuberculose & de nier
Renale tuberculose · granulomen · papilnecrose · steriele pyurie · hypercalciëmie door 1,25-OH vitamine D-productie in granulomen
Amyloïdose
AL-amyloïdose (lichte keten) · AA-amyloïdose (chronische ontsteking) · nefrotisch syndroom · nierfalen · Congored-kleuring · behandeling per type
Plasmacel myeloom / lichte-ketencast-nefropathie
Cast-nefropathie · lichte keten · Bence-Jones proteïne · AKI bij myeloom · hypercalciëmie · behandeling: bortezomib · daratumumab
Sikkelcel nefropathie
HbS · vasoocclusie renale medulla · hematurie · concentratiedefect · papilnecrose · proteïnurie · progressie naar CNZ · ACE-remmer
Project Tulip — links per ziektebeeld

Nefrologische calculatoren

Klinische rekenhulpmiddelen voor de dagelijkse nefrologische praktijk. Voer de patiëntwaarden in en lees direct de uitkomst met interpretatie en afkapwaarden af.

eGFR — CKD-EPI kreatinine 2021

Schat de glomerulaire filtratiesnelheid op basis van serumkreatinine, leeftijd en geslacht (CKD-EPI 2021, zonder ras-correctie).

mL/min/1.73 m²
StadiumeGFRBetekenis
G1≥ 90Normaal of hoog
G260–89Licht verlaagd
G3a45–59Licht-matig verlaagd
G3b30–44Matig-ernstig verlaagd
G415–29Ernstig verlaagd
G5< 15Nierfalen

eGFR — CKD-EPI cystatine C 2012

Schat de eGFR op basis van cystatine C. Minder afhankelijk van spiermassa — nuttig bij sarcopenie, amputatie of extreme lichaamsbouw.

mL/min/1.73 m²

eGFR — combinatie kreat + cystatine C

CKD-EPI 2012 gecombineerde formule. Meest nauwkeurige schatting bij discrepantie tussen kreatinine- en cystatine C-gebaseerde eGFR.

mL/min/1.73 m²

Fractionele natrium excretie (FENa)

Onderscheidt prerenale van intrinsieke nierziekte bij oligurie. Betrouwbaarst bij patiënten die geen diuretica gebruiken.

%
FENaInterpretatie
< 1%Prerenaal — nier reabsorbeert natrium maximaal
> 2%Renaal verlies — tubulaire schade (ATN, TIN)
1–2%Grensgebied — klinische context vereist
⚠ Gebruik FEUreum bij diureticagebruik (<35% = prerenaal)

Fractionele fosfaat excretie (FEP)

Onderscheidt renale van extra-renale fosfaatverlies bij hypofosforemie. Verhoogd bij renale fosfaatverspilling (bijv. Fanconi, PHEX-mutatie, oncogene osteomalacus).

%
FEPInterpretatie
< 5%Extra-renaal verlies of lage inname — nier reabsorbeert normaal
> 20%Renaal verlies — tubulaire fosfaatverspilling
5–20%Grensgebied — context en TmP/GFR bepalen

Fractionele magnesium excretie (FEMg)

Onderscheidt renale van extra-renale oorzaak van hypomagnesiëmie. Gebruikt serum-magnesium × 0.7 als vrije fractie in de noemer.

%
FEMgInterpretatie
< 2%Extra-renaal verlies — diarree, malabsorptie, lage inname
> 4%Renaal verlies — loop-diuretica, Gitelman, PPI, cisplatine
2–4%Grensgebied — klinische context vereist

Transtubulaire kalium gradiënt (TTKG)

Schat de kalium-secretie in de distale tubulus. Wordt gebruikt bij de differentiaaldiagnose van hypo- en hyperkaliëmie om renaal van extra-renaal verlies/retentie te onderscheiden.

geen eenheid (ratio)
SituatieTTKGInterpretatie
Normaal6–12Normale distale kalium-secretie
Hypokaliëmie> 4Renaal kaliumverlies — aldosteron-effect, diuretica
Hypokaliëmie< 2Extra-renaal verlies — diarree, transpiratie
Hyperkaliëmie< 6Renale retentie — hypoaldosteronisme, RTA type 4
Hyperkaliëmie> 10Extra-renale oorzaak — pseudohyperkaliëmie, shift
⚠ TTKG vereist urine-osmolaliteit > serum-osmolaliteit (ADH-effect aanwezig)

24-uurs kreatinine klaring

Berekent de kreatinine klaring uit 24-uurs urine. Nuttig bij twijfel over de betrouwbaarheid van de serum-eGFR, bij extreme lichaamsbouw of bij geneesmiddelendosering. Controleert automatisch of de verzameling volledig is.

mL/min/1.73 m² — gemeten 24-uurs kreatinine klaring
AandachtspuntToelichting
Volledigheid verzamelingVerwachte kreatinine-excretie: vrouwen ~8–16 mmol/24h, mannen ~12–22 mmol/24h. Lagere waarden suggereren onvolledige verzameling.
Overschatting bij hoge GFRTubulaire secretie van kreatinine leidt tot overschatting. Gebruik bij GFR > 60 mL/min liever CKD-EPI.
BSA-correctieGecorrigeerd naar 1.73 m² indien BSA ingevuld. Laat leeg voor absolute klaring.

24-uurs ureum excretie & klaring

Berekent de ureumexcretie en ureum-klaring uit 24-uurs urine. Nuttig voor beoordeling eiwitinname (via ureum-stikstofexcretie), eiwitkatabolisme en dialyseadequaatheid (Kt/V schatting).

mmol/24h excretie
mL/min ureum-klaring
g eiwit/dag (schatting)
ParameterReferentieToelichting
Ureum-excretie200–500 mmol/24hAfhankelijk van eiwitinname en katabolisme
Eiwitinname schatting0.8–1.2 g/kg/dagVia UUN: eiwit (g) ≈ (UUN mmol/24h × 0.028 × 6.25)
Ureum-klaring vs eGFR~50% van GFRUreum wordt tubulaire gereabsorbeerd — klaring onderschat GFR
Verhoogde excretie> 600 mmol/24hHypercatabolisme, hoge eiwitinname, corticosteroïden

Eiwitkatabolisme (nPCR / PNA) — predialyse

Schat de eiwitinname / eiwitkatabolismesnelheid uit een 24-uurs urine bij de klinisch stabiele, niet-gedialyseerde CNZ-patiënt (Maroni-Mitch). Geldig in stikstof-steady-state.

g eiwit/kg/dag (nPNA / nPCR)
nPNAInterpretatie (eiwitinname)
< 0,6Lage inname — mogelijk te streng / ondervoedingsrisico
0,6–0,8Streefbereik eiwitbeperkt predialyse-dieet
0,8–1,0Ruime / normale eiwitinname
> 1,0Hoge eiwitinname
PNA = 6,25 × (ureumstikstof + 0,031 × gewicht) + urine-eiwit · nPNA = PNA / gewicht. Bij oedeem/obesitas eventueel ideaal of gecorrigeerd gewicht. 1 mmol ureum = 0,028 g N.

nPCR — genormaliseerde eiwitkataboliekscore (hemodialyse)

Berekent de genormaliseerde eiwitkataboliekscore (nPCR) bij hemodialysepatiënten op basis van de interdialytische BUN-stijging. Maat voor eiwitinname en voedingsstatus. Doelwaarde: 1.0–1.2 g/kg/dag.

g/kg/dag — nPCR
nPCRInterpretatie
< 0.8 g/kg/dagOndervoeding — inadequate eiwitinname of onvoldoende dialyse
0.8–1.0 g/kg/dagMatig — net voldoende, monitor voedingsstatus
1.0–1.2 g/kg/dagOptimaal — adequate eiwitinname bij hemodialyse
> 1.4 g/kg/dagMogelijk verhoogd katabolisme of hoge eiwitinname
Formule: nPCR = 0.22 + (0.036 × BUN-stijging × 24) / interdialytisch interval. Ureum (mmol/L) wordt automatisch omgezet naar BUN (mg/dL) via factor 2.8. Cameron & Blandford. Alleen geldig bij stabiele patiënten in steady state.

Selectiviteitsindex voor proteïnurie

Berekent de selectiviteitsindex (SI) van proteïnurie op basis van de klaring-ratio van IgG ten opzichte van transferrine (Cameron & Blandford, 1966). Selectieve proteïnurie (SI <0.10) past bij minimal change disease; niet-selectieve proteïnurie (SI ≥0.20) past bij membraneuze nefropathie of FSGS.

selectiviteitsindex (SI)
SIInterpretatieKlinische associatie
< 0.10Hoog selectiefSterk passend bij minimal change disease · goede steroidrespons verwacht
0.10–0.20Matig selectiefOverlap — biopsi gewenst voor definitieve diagnose
≥ 0.20Niet-selectiefMembraneuze nefropathie · FSGS · diffuse proliferatieve GN
Formule: SI = (uIgG / sIgG) / (uTransferrine / sTransferrine). Cameron JS & Blandford G, BMJ 1966. Eenheden: IgG urine en transferrine urine in mg/L; serum in g/L (wordt automatisch omgezet).
Disclaimer: Deze calculatoren zijn bedoeld als klinisch hulpmiddel ter ondersteuning van de behandelaar. Alle uitkomsten dienen te worden geïnterpreteerd in de klinische context. Dr. E.M. Spithoven.

Medicatie-aanpassing bij nierfunctieverlies

Overzicht van medicatie-aanpassing bij verminderde nierfunctie — van doseerrichtlijnen tot nefrotoxiciteit.

Let op: op dit moment zijn alleen antibiotica-adviezen bij verminderde nierfunctie beschikbaar. De overige groepen hieronder volgen later.
Doseeradviezen per medicatiegroep
Antibiotica
45 middelen
Antistolling & DOAC's
binnenkort
Analgetica (NSAID's, opioïden)
binnenkort
Cardiovasculair & antihypertensiva
binnenkort
Antidiabetica
binnenkort
Antivirale & antifungale middelen
binnenkort
Psychofarmaca (o.a. lithium, gabapentine)
binnenkort
Immunosuppressiva
binnenkort
Veelgebruikte online bronnen
Kernprincipes medicatie bij nierfunctieverlies
Nefrotoxische medicatie — vermijd
NSAID's · aminoglycosiden · contrastmiddelen · calcineurine-inhibitoren · cisplatine · lithium · methotrexaat (hoog-gedoseerd)
Dosis-aanpassing vereist
Antibiotica (β-lactam, flucloxacilline, vancomycine) · DOAC's (apixaban, rivaroxaban) · digoxine · metoprolol (minder bij dialyse)
Contrastnefropathie — preventie
IV hydratatie (NaCl 0.9%) · gebruik iso-osmolaire contrastvloeistof · overweeg pre-hydratatie bij eGFR <30 ml/min
RAAS-blokkade bij CNZ
ACE-remmer/ARB — altijd continueren · stijging kreatinine ≤30% is acceptabel · bij hyperkaliëmie: overweeg te continueren en kaliumbinder te starten · stop bij AKI
Dialyse — extra aandacht
Dialyseerbaarheid bepaalt suppletiebehoefte · vancomycine spiegel monitoren · antibiotica na HD geven
Eigen geüploade richtlijnen0 documenten
Nog geen eigen PDF's toegevoegd.

Medicatie aanpassen o.b.v. nierfunctie

Doseringsadviezen bij verminderde nierfunctie — oraal/IV, met interval-vs-dosis en bronnen per middel. Onafhankelijk samengesteld uit SmPC, SWAB/ESC/IDSA en PubMed. Uitsluitend bedoeld voor onderwijsdoeleinden — geen vervanging van klinisch oordeel of de actuele SmPC.

45 middelen
Let op: op dit moment bevat deze module alleen antibiotica-adviezen bij verminderde nierfunctie. Andere medicatiegroepen (zie sidebar) volgen later.
PenicillinesCefalosporinesCarbapenems & monobactamAminoglycosidenGlycopeptiden & reservemiddelenFluorochinolonenMacroliden & lincosamidenTetracyclines & glycylcyclineOxazolidinonenNitroimidazolenUrineweg- & overige middelen
dd = doses daagseGFR/CrCl in mL/min via interval = interval verlengen via dosis = dosis/dagmax verlagen contra-ind. = niet gebruiken TDM = spiegelbepaling
Penicillines

Benzylpenicilline (penicilline G)

IV / IM · renaal

Eliminatie / let op: Overwegend renaal. Geen orale vorm (orale tegenhanger: fenoxymethylpenicilline). Let op: hoge doses bij ernstig nierfalen → neurotoxiciteit (convulsies).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IV/IMStandaard1–2 miljoen IE 6 dd (± 12 miljoen IE/dag)
IV/IMMax · endocarditis / meningitis12–18 (max 24) miljoen IE/dag in 6 dd óf continu
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>20Geen aanpassingn.v.t.
10–206 dd behouden; dosis per gift naar ernst van infectievia dosis
< 10 & HD6 dd behouden; dagmaximum ± 4,8 g/dag; bewaak neurotoxiciteitvia dosis
Bronnen
  1. SWAB. Antimicrobial treatment of infective endocarditis. swab.nl.
  2. Bryan CS, Stone WJ. "Comparably massive" penicillin G therapy in renal failure. Ann Intern Med. 1975;82(2):189–195. PMID 1115440.

Fenoxymethylpenicilline (penicilline V)

Oraal · ruime therap. index

Eliminatie / let op: Deels renaal; ruime therapeutische index, lage toxiciteit. Alleen oraal.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard500–1000 mg 4 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Oraal: geen aanpassing aan de nierfunctie — ook niet bij eGFR < 10 of dialyse (ruime therapeutische index).
Bronnen
  1. Yip DW, Gerriets V. Penicillin. StatPearls, NCBI Bookshelf, NBK554560.
  2. Geregistreerde productinformatie (SmPC) fenoxymethylpenicilline.

Amoxicilline

Oraal + IV · renaal

Eliminatie / let op: Overwegend renaal; t½ ± 1 u (normaal) tot 7–20 u bij ESRF. Let op: bij zeer hoge IV-doses en ernstig nierfalen neurotoxiciteitsrisico.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard500 mg 3 dd (hoge dosis 750–1000 mg 3 dd)
IVStandaard1000 mg 4–6 dd (indicatieafhankelijk)
IVMax · endocarditis12 g/dag in 6 dd (2 g 6 dd) óf continu; orale stap-af 1 g 4 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Oraal: geen aanpassing aan de nierfunctie. Handhaaf standaarddosis en -frequentie (3 dd), ook bij eGFR < 10.
NierfunctieAdvies (IV, hoge dosis)Aanpassing via
>30Geen aanpassingn.v.t.
10–30Frequentie behouden; dagmaximum aanhouden (± 6 g/dag)via dosis
< 10 & HD3 dd behouden; dagmaximum ± 6 g/dag; bij HD ná de sessie; let op neurotoxiciteitvia dosis
Bronnen
  1. Horstink MMB, et al. Beta-lactam dose reductions in critically ill patients with AKI: a scoping review. Critical Care. 2025;30:8.
  2. Carlier M, et al. Steering away from amoxicillin dose reductions in impaired kidney function. PMC9494977 (2022).
  3. Arancibia A, et al. PK of amoxicillin in normal and impaired renal function. Int J Clin Pharmacol Ther Toxicol. 1982;20(10):447–453. PMID 7141752.

Amoxicilline / clavulaanzuur

Oraal + IV · renaal

Eliminatie / let op: Beide componenten overwegend renaal.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard500/125 mg 3 dd óf 875/125 mg 2 dd
IVStandaard1000/200 mg 3–4 dd
IVMax · ernstige infectie2000/200 mg 3 dd (indicatie-/protocolafhankelijk)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Oraal: geen aanpassing aan de nierfunctie (ook niet bij eGFR < 10). Bij 875/125 en zeer lage klaring: wissel naar 500/125.
NierfunctieAdvies (IV)Aanpassing via
>30Geen aanpassingn.v.t.
10–301000/200 mg 2 dd (interval verlengen, losse dosis gelijk)via interval
< 10 & HD1000/200 mg start, daarna 500/100 mg 3 dd óf 1000/200 mg 2 ddinterval / dosis
Bronnen
  1. Davies BE, et al. Impaired renal function and kinetics of clavulanic acid and amoxicillin. Antimicrob Agents Chemother. 1986;29(4):614–619. PMID 3707111.
  2. Geregistreerde productinformatie (SmPC) amoxicilline/clavulaanzuur.

Flucloxacilline

Oraal + IV · overwegend niet-renaal

Eliminatie / let op: Deels hepatisch/biliair, hoge eiwitbinding (~95%); niet gedialyseerd. Let op: bij ernstig nierfalen accumuleren metabolieten (levertoxiciteit).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard500 mg – 1 g 4 dd
IVOplaaddosis2 g bij endocarditis; 1 g bij overige indicaties — eenmalig, vóór onderhoud / start continue infusie
IVStandaard (onderhoud)1–2 g 4 dd
IVMax · endocarditis / osteomyelitis8–12 g/dag in 4–6 dd (max 12 g/dag) óf continu
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Oraal: geen aanpassing aan de nierfunctie.
NierfunctieAdvies (IV)Aanpassing via
>10Geen aanpassingn.v.t.
< 10 & HDFrequentie behouden; dagmaximum ± 4 g/dag; hoge eiwitbinding → weinig HD-verwijderingvia dosis
Bronnen
  1. Flucloxacilline SmPC (injectie), EMC/medicines.org.uk.
  2. Willemsen A, et al. Flucloxacillin and its metabolites in renal failure: impact on liver toxicity. 2017. PMID 28737131.
  3. Flucloxacilline continue-infusieprotocol (oplaaddosis IV), NHS Scotland RightDecisions.

Piperacilline / tazobactam

IV · renaal

Eliminatie / let op: Beide componenten overwegend renaal; aanpassing bij CrCl < 40 mL/min. Alleen IV.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard4,5 g 3 dd
IVMax · ernstige infectie / pneumonie4,5 g 4 dd (óf verlengde/continue infusie)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies (IV) — primair via interval, dosis 4,5 g behoudenAanpassing via
>404,5 g 3–4 dd (geen aanpassing)n.v.t.
20–404,5 g 3 ddvia interval
< 204,5 g 2 ddvia interval
HD / CAPD4,5 g 2 dd; bij HD dosis ná de sessie (overweeg extra gift)via interval

Alternatief via dosis: dosis verlagen (2,25–3,375 g) met behoud van frequentie. Voor T>MIC: overweeg verlengde/continue infusie.

Bronnen
  1. Johnson CA, et al. Single-dose PK of piperacillin and tazobactam in renal disease. Clin Pharmacol Ther. 1992;51(1):32–41. PMID 1310077.
  2. Hong LT, et al. International consensus: prolonged-infusion beta-lactam antibiotics. Pharmacotherapy. 2023;43(8):740–777.
Cefalosporines

Cefazoline

IV · renaal

Eliminatie / let op: Vrijwel volledig renaal geklaard (~80–90% onveranderd).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard0,5–1 g 3–4 dd
IVErnstig1–1,5 g 4 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
≥55Geen aanpassingn.v.t.
35–54Volle dosis 3 dd (of langer interval)via interval
11–34½ dosis 2 ddinterval / dosis
≤10 & HD½ dosis 1 dd; bij HD ná dialyseinterval / dosis
Bronnen
  1. FDA-label cefazoline (2024).
  2. PK-studie PMID 1102452.

Cefuroxim (IV)

IV · renaal

Eliminatie / let op: Renaal geklaard (85–90% onveranderd).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard750 mg 3 dd
IVErnstig1,5 g 3 dd of 750 mg 4 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>20Geen aanpassingn.v.t.
10–20750 mg 2 dd (dosis behouden)via interval
<10750 mg 1 ddvia interval
HD750 mg na elke dialysevia interval
Bronnen
  1. EMC SmPC cefuroxim.

Cefalexine

Oraal · renaal

Eliminatie / let op: Renaal geklaard (>90% onveranderd).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard250 mg 4 dd – 500 mg 3 dd (max 4 g/dag)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
≥60Geen aanpassingn.v.t.
30–59Geen dosisreductie; dagmaximum 1 g/dagvia dosis
15–29250 mg 2–3 ddinterval / dosis
<15 & HD250 mg 1 dd; dialyse: max 500 mg/daginterval / dosis
Bronnen
  1. Keflex FDA-label; EMC SmPC cefalexine.
  2. PK-studie PMID 4028624.

Ceftriaxon

IV / IM · gemengd renaal + biliair

Eliminatie / let op: Gemengde eliminatie (renaal + biliair).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IV/IMStandaard1–2 g 1 dd (max 4 g/dag)
IVMeningitis100 mg/kg/dag (max 4 g) in 1–2 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen nieraanpassing bij geïsoleerde nierfunctiestoornis (ook bij nierfalen). Let op: bij gecombineerde ernstige lever- én nierinsufficiëntie max 2 g/dag.
Bronnen
  1. Geregistreerde productinformatie (SmPC) ceftriaxon.

Cefotaxim

IV · overwegend renaal

Eliminatie / let op: Overwegend renaal (~60% onveranderd + actieve desacetyl-metaboliet); deels hepatisch.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard1 g 2 dd
IVErnstig / meningitistot 12 g/dag in 3–4 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>10Geen aanpassingn.v.t.
< 5 (ernstig nierfalen)Na 1 g oplaad: dagdosis halveren, frequentie behoudenvia dosis
HDDoseren ná dialysevia dosis
Bronnen
  1. EMC SmPC cefotaxim.
  2. PK-studie chron. nierinsufficiëntie PMID 6259595.

Ceftazidim

IV · renaal

Eliminatie / let op: Sterk renaal-afhankelijk (glomerulaire filtratie, 80–90% onveranderd).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard1–2 g 3 dd (oplaad 1 g)
IVMeningitis / ernstig2 g 3 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies (op ~1 g-basis; proportioneel ophogen bij hoge indicatie)Aanpassing via
31–501 g 2 ddinterval / dosis
16–301 g 1 ddvia interval
6–150,5 g 1 ddinterval / dosis
< 50,5 g elke 48 uinterval / dosis
HDOnderhoud herhalen ná elke sessievia interval
Bronnen
  1. EMC SmPC ceftazidim.
  2. PK-studie renale insufficiëntie PMID 3530782.

Cefepim

IV · renaal

Eliminatie / let op: Renaal (~85% onveranderd). Let op — belangrijk: neurotoxiciteit / encefalopathie, myoclonus, (non-convulsieve) status epilepticus bij nierfalen of onvoldoende dosisreductie. Strikt op CrCl aanpassen.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVMild–matig1 g 2 dd
IVErnstig2 g 2 dd
IVZeer ernstig / febriele neutropenie2 g 3 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies (voor 2 g 3 dd-regime)Aanpassing via
>50Geen aanpassingn.v.t.
30–502 g 1 ddvia interval
11–291 g 1 ddinterval / dosis
< 11 & HD500 mg 1 dd; bij HD ná dialyse (laaddosis 1 g dag 1)interval / dosis
Bronnen
  1. EMC SmPC cefepim.
  2. Neurotoxiciteit systematic review PMC10370502.

Ceftaroline (fosamil)

IV · renaal

Eliminatie / let op: Overwegend renaal (~88%); ~74% verwijderd via HD.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard600 mg 2 dd
IVHoge dosis (verhoogde MIC)600 mg 3 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies (interval 2 dd behouden, dosis omlaag)Aanpassing via
>50600 mg 2 dd (geen aanpassing)n.v.t.
>30–50400 mg 2 ddvia dosis
15–30300 mg 2 ddvia dosis
< 15 / ESRD & HD200 mg 2 dd; ná dialysevia dosis
Bronnen
  1. EMC SmPC Zinforo (ceftaroline).
  2. PK-studie ESRD/HD PMID 26545441.
Carbapenems & monobactam

Meropenem

IV · renaal

Eliminatie / let op: Overwegend renaal (~70% onveranderd). Let op: convulsierisico, verhoogd bij nierinsufficiëntie/CZS-aandoening.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard500 mg – 1 g 3 dd
IVMax · meningitis / ernstig / CF2 g 3 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies (unit dose = gekozen 0,5/1/2 g)Aanpassing via
>50Geen aanpassing (3 dd)n.v.t.
26–50Unit dose 2 ddvia interval
10–25½ unit dose 2 ddinterval / dosis
< 10 & HD½ unit dose 1 dd; bij HD ná sessieinterval / dosis
Bronnen
  1. Meronem IV SmPC (EMC).
  2. Christensson, AAC 1993, PMID 8452352; Leroy, AAC 1992, PMID 1510451.

Imipenem / cilastatine

IV · renaal

Eliminatie / let op: Renaal geklaard. Let op: hoogste convulsierisico van de carbapenems; sterk verhoogd bij CrCl ≤30, CZS-aandoening of ondergewicht.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard500 mg 4 dd of 1 g 3 dd (max 4 g/dag)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies (US-label; EU-SmPC hanteert andere banden)Aanpassing via
60–89400 mg 4 dd of 500 mg 3 ddvia dosis
30–59300 mg 4 dd of 500 mg 3 ddvia dosis
15–29200 mg 4 dd of 500 mg 2 ddinterval / dosis
< 15Niet toedienen tenzij HD < 48 u wordt gestartcontra-ind.
HDAls 15–29; ná HD; strikte CZS-monitoringinterval / dosis
Bronnen
  1. Imipenem/cilastatine FDA-label.
  2. Bilgrami, AAC 2013, PMID 24145021.

Ertapenem

IV · renaal (hoge eiwitbinding)

Eliminatie / let op: Renaal (~80% teruggevonden); hoge eiwitbinding → beperkt dialyseerbaar; timing t.o.v. HD kritisch. Neurotoxiciteit gemeld bij gevorderd nierfalen.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard1 g 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>30Geen aanpassingn.v.t.
≤30 & ESRD500 mg 1 ddvia dosis
HDBij dosis binnen 6 u vóór HD: 150 mg suppletie ná de sessievia dosis
Bronnen
  1. INVANZ (ertapenem) SmPC/label.
  2. Optimale HD-dosering PMID 29992286; neurotoxiciteit PMID 22579271.

Aztreonam

IV · renaal

Eliminatie / let op: Renaal (~60–70% in urine); t½ sterk verlengd bij nierfalen → oplaaddosis essentieel.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard1–2 g 2–3 dd
IVErnstig / levensbedreigend2 g 3–4 dd (max 8 g/dag)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies (start altijd volledige oplaaddosis)Aanpassing via
>30Geen aanpassingn.v.t.
10–30Oplaad 1–2 g, daarna 50% onderhoud (interval gelijk)via dosis
< 10 & HDOplaad, daarna 25% onderhoud; + 1/8 initiële dosis ná elke HDvia dosis
Bronnen
  1. Azactam (aztreonam) FDA-label.
  2. Populatie-PK/Monte Carlo PMID 27530649.
Aminoglycosiden

Gentamicine

IV / IM · renaal · TDM

Eliminatie / let op: Vrijwel volledig renaal. Verplichte spiegelbepaling (TDM): dal < 0,5–1 mg/L bij eenmaaldaags. Let op: cumulatieve nefro- en (irreversibele) ototoxiciteit.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IV/IMStandaard (eenmaaldaags)5–7 mg/kg 1 dd (op aangepast gewicht)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies — primair via interval + TDM (mg/kg gelijk; spiegel overrulet)Aanpassing via
>501 dd (q24h)via interval
30–50q36hvia interval
10–30q48hvia interval
< 10 / HDOp geleide spiegel; interval ≥48–72 u; bij HD ná dialysevia interval
Bronnen
  1. Gentamicine SmPC/label; SWAB aminoglycosiden.
  2. Nicolau/Hartford extended-interval nomogram PMID 7605254.

Tobramycine

IV / IM · renaal · TDM

Eliminatie / let op: Renaal. Zelfde principe als gentamicine. Verplichte TDM; nefro-/ototoxiciteit.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IV/IMStandaard (eenmaaldaags)5–7 mg/kg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies — primair via interval + TDMAanpassing via
>501 ddvia interval
30–50q36hvia interval
10–30q48hvia interval
< 10 / HDOp spiegel (≥48–72 u); bij HD ná dialysevia interval
Bronnen
  1. Tobramycine SmPC/label; SWAB.
  2. Extended-interval aminoglycoside TDM PMID 7605254.

Amikacine

IV / IM · renaal · TDM

Eliminatie / let op: Renaal. Verplichte TDM (dal < 2,5–5 mg/L bij eenmaaldaags); nefro-/ototoxiciteit.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IV/IMStandaard (eenmaaldaags)15 mg/kg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies — primair via interval + TDMAanpassing via
>501 ddvia interval
30–50q36hvia interval
10–30q48hvia interval
< 10 / HDOp spiegel (≥48–72 u); bij HD ná dialysevia interval
Bronnen
  1. Amikacine SmPC; SWAB aminoglycosiden.
Glycopeptiden & reservemiddelen

Vancomycine

IV · renaal · TDM (AUC)

Eliminatie / let op: Vrijwel volledig renaal. AUC-gestuurd (AUC24 400–600). Let op: nefrotoxiciteit (cave combinatie piperacilline/tazobactam). Oplaaddosis niet reduceren.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVOplaaddosis25–30 mg/kg (ernstige MRSA)
IVOnderhoud15–20 mg/kg 2–3 dd, op AUC/spiegel gestuurd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies — onderhoud via interval + AUC (oplaad NIET reduceren)Aanpassing via
>502 dd (soms 3 dd)via interval
30–50q12–24hvia interval
10–301 dd of langervia interval
< 10 (niet-anurisch)Oplaaddosis 1000 mg IV; volgende gift op geleide spiegelvia interval
Dialyse — HDOplaaddosis 1000 mg IV; spiegel na 2–3 dagen (bij anurie na 1–2 dagen)via interval
Dialyse — PDOplaaddosis 2000 mg intraperitoneaal; spiegel na 2–3 dagen (bij goede restdiurese eventueel dag 1–2)via interval

HD en PD zijn beide vormen van dialyse. HD: oplaaddosis 1000 mg IV, spiegelcontrole na 2–3 dagen (bij anurie na 1–2 dagen). PD (peritoneaal): oplaaddosis 2000 mg intraperitoneaal, spiegelcontrole na 2–3 dagen (bij goede restdiurese eventueel dag 1–2). Verdere dosering steeds op geleide van de spiegel.

Bronnen
  1. Vancomycine SmPC (EMC/EMA).
  2. Rybak et al. 2020 ASHP/IDSA/PIDS/SIDP consensus (AUC 400–600). PMID 32191793.

Teicoplanine

IV / IM · renaal · TDM

Eliminatie / let op: Overwegend renaal; zeer lange t½. TDM (dal ≥ 15–20 mg/L). Niet HD-verwijderd. Oplaaddoses niet aanpassen.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVOplaaddosis6 mg/kg (of 400 mg) 2 dd × 3–5 giften
IVOnderhoud6(–12) mg/kg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies — pas ná de oplaadfase (vanaf dag 4)Aanpassing via
>60Geen aanpassingn.v.t.
40–60Onderhoud halveren óf standaarddosis q48hvia interval
< 40 & HDOnderhoud tot 1/3 óf standaard 3×/weekvia interval
Bronnen
  1. Teicoplanine (Targocid) SmPC (EMC/EMA); SWAB.

Daptomycine

IV · renaal

Eliminatie / let op: Overwegend renaal (~78%). Let op: CK-monitoring (myopathie/rhabdomyolyse); niet werkzaam bij pneumonie.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVHuid/wekedelen4 mg/kg 1 dd
IVBacteriëmie / rechtszijdige endocarditis6 mg/kg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
≥30Geen aanpassingn.v.t.
< 30 (incl. HD / CAPD)Zelfde mg/kg elke 48 u; dialysedagen ná dialysevia interval
Bronnen
  1. Daptomycine (Cubicin) SmPC/EMA; FDA-label.

Colistine (colistimethaat, CMS)

IV · renaal · smalle breedte

Eliminatie / let op: Prodrug CMS → colistine; doseer op colistine-base-activiteit (CBA). Let op: nefro-/neurotoxiciteit; smalle therapeutische breedte. EU-SmPC in IU (≈ 1 MIU ≈ 33 mg CBA) — eenhedenverificatie verplicht.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVOplaaddosis300 mg CBA (≈ 9 MIU) eenmalig
IVOnderhoudOp geleide CrCl; start 12 u na oplaad (CrCl >90: ~180 mg CBA 2 dd)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies — via dosis (CrCl-gestuurde onderhoudsreductie; CrCl ≤40: start 24 u na oplaad)Aanpassing via
60–70± 275 mg CBA/dagvia dosis
40–60± 220–245 mg CBA/dagvia dosis
20–40± 175–195 mg CBA/dagvia dosis
10–20± 160 mg CBA/dagvia dosis
< 10 / anurisch± 130–145 mg CBA/dagvia dosis
Bronnen
  1. Colistimethaat SmPC (EMC/EMA; let op IU).
  2. Tsuji et al. 2019 polymyxine-consensus. PMID 30710469.
Fluorochinolonen

Ciprofloxacine

Oraal + IV · deels renaal

Eliminatie / let op: Deels renaal (~45% onveranderd). Let op: QT-verlenging, tendinopathie, CZS-effecten (convulsies).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard500–750 mg 2 dd
IVStandaard400 mg 2–3 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>60Geen aanpassingn.v.t.
30–60250–500 mg 2 dd (onderkant range)via dosis
< 30 & HD/CAPD750 mg 1 dd ante noctem (bij HD ná dialyse)via interval
Bronnen
  1. EMC SmPC ciprofloxacine.
  2. PK PMID 8428409; PMID 3830244.

Levofloxacine

Oraal + IV · sterk renaal

Eliminatie / let op: Overwegend renaal onveranderd (~87%) → accumulatie bij nierfalen. Let op: QT, tendinopathie, (mogelijk irreversibele) neuropathie.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
Oraal/IVStandaard250 / 500 / 750 mg 1 dd (indicatieafhankelijk)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies (voor 500 mg 1 dd-start)Aanpassing via
>50Geen aanpassingn.v.t.
20–49500 mg start → 250 mg 1 ddvia dosis
10–19 / HD/CAPD500 mg start → 250 mg elke 48 u; geen suppletie ná HDinterval / dosis

Voor 750 mg-regime: CrCl 20–49 → 750 mg elke 48 u (via interval).

Bronnen
  1. Levofloxacine FDA-label.
  2. Fish & Chow, klinische PK van levofloxacine. PMID 9068926.

Moxifloxacine

Oraal + IV · non-renaal

Eliminatie / let op: Overwegend hepatische conjugatie (~non-renaal). Let op: grootste QT-effect van de fluorochinolonen.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
Oraal/IVStandaard400 mg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen nieraanpassing (incl. HD/CAPD) — overwegend non-renale (hepatische) eliminatie.
Bronnen
  1. Moxifloxacine (AVELOX) FDA-label.
Macroliden & lincosamiden

Azitromycine

Oraal + IV · biliair

Eliminatie / let op: Overwegend biliair; renaal < 6%. Let op: QT-verlenging.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard500 mg 1 dd × 3 d, óf 500 mg dag 1 → 250 mg 1 dd dag 2–5
IVStandaard500 mg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen aanpassing bij GFR ≥ 10; bij GFR < 10 met voorzichtigheid (minimale renale eliminatie).
Bronnen
  1. EMC SmPC azitromycine.

Claritromycine

Oraal (+ IV) · hepatisch + renaal

Eliminatie / let op: Hepatisch (CYP3A) + biliair; renaal ~15–20%. Let op: contra-indicatie bij QT-verlenging/ventriculaire aritmie; sterke CYP3A4-remmer.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard250 mg 2 dd (ernstig 500 mg 2 dd)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
≥30Geen aanpassingn.v.t.
< 30Dosis halveren → 250 mg 1 dd (ernstig 250 mg 2 dd); max 14 dagenvia dosis

Bij gelijktijdig ritonavir: extra reductie (CrCl 30–60: −50%; < 30: −75%).

Bronnen
  1. EMC SmPC claritromycine.

Erytromycine

Oraal + IV · hepatisch/biliair

Eliminatie / let op: Overwegend hepatisch/biliair; renaal ~12–15%. Let op: contra-indicatie bij QT-verlenging; ototoxiciteit bij ≥ 4 g/dag (m.n. nier-/leverfalen).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard250–500 mg 4 dd
IVStandaard1–2 g/dag in verdeelde doses (tot 4 g/dag ernstig)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>10Meestal geen aanpassingn.v.t.
< 10 (ernstig)50–75% van normale dosis, max 2 g/dagvia dosis
Bronnen
  1. EMC SmPC erytromycine.

Clindamycine

Oraal + IV · hepatisch

Eliminatie / let op: Overwegend hepatisch; ~10% renaal; niet dialyseerbaar. Let op: Clostridioides difficile-colitis.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard150–450 mg 4 dd
IVStandaard600 mg – 1,2 g/dag (ernstig 1,2–2,7 g/dag) in 2–4 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen nieraanpassing — overwegend hepatische eliminatie; niet dialyseerbaar (geen suppletie ná HD).
Bronnen
  1. EMC SmPC clindamycine.
Tetracyclines & glycylcycline

Doxycycline

Oraal + IV · non-renaal

Eliminatie / let op: Grotendeels non-renaal (deels darm/feces). Tetracycline van voorkeur bij nierinsufficiëntie. Let op: fototoxiciteit, oesofagitis.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard200 mg dag 1, daarna 100 mg 1 dd (ernstig 100 mg 2 dd)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen nieraanpassing in enige band; accumuleert niet, niet dialyseerbaar.
Bronnen
  1. SmPC doxycycline; Springer review (geen aanpassing bij nierinsufficiëntie).

Minocycline

Oraal · hepatisch/biliair

Eliminatie / let op: Overwegend hepatisch/biliair, maar wél anti-anabool effect (BUN-stijging). Let op: vestibulaire bijwerkingen, DRESS.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard200 mg initieel, daarna 100 mg 2 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>50Normaaln.v.t.
≤50 / HDVoorzichtig; totale dagdosis ≤ 200 mg/dagvia dosis
Bronnen
  1. Minocycline FDA-label; EMC SmPC.

Tigecycline

IV · biliair

Eliminatie / let op: Primair biliair/faecaal; renaal ~15–22%. Let op: verhoogde mortaliteit (reservemiddel).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVOplaaddosis100 mg
IVOnderhoud50 mg 2 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen nieraanpassing (incl. HD). Wél hepatisch: Child-Pugh C → 25 mg 2 dd (na 100 mg oplaad).
Bronnen
  1. Tygacil (tigecycline) SmPC (EMC); FDA-label.
Oxazolidinonen

Linezolid

Oraal + IV · gemengd

Eliminatie / let op: ~30% renaal + non-enzymatische oxidatie. Metabolieten accumuleren bij ernstig nierfalen. Let op: myelosuppressie bij kuur > 10–14 d; serotonerge interacties.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
Oraal/IVStandaard600 mg 2 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen dosisaanpassing; metabolieten accumuleren bij CrCl < 30 (betekenis onbekend) — monitor. Bij HD ná dialyse doseren.
Bronnen
  1. Linezolid (Zyvox) SmPC/label; SWAB.

Tedizolid

Oraal + IV · hepatisch

Eliminatie / let op: Primair hepatisch (~18% renaal). Kortere kuur (6 d).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
Oraal/IVStandaard200 mg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen nieraanpassing (ook ernstig nierfalen/HD; minimaal verwijderd).
Bronnen
  1. Tedizolid (Sivextro) SmPC; Flanagan et al., AAC 2014.
Nitroimidazolen

Metronidazol

Oraal / IV / rectaal · hepatisch

Eliminatie / let op: Primair hepatisch (metabolieten renaal). Let op: perifere neuropathie/CZS bij langdurig gebruik; disulfiram-reactie met alcohol.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
Oraal/IVStandaard500 mg 3 dd (oraal ook 400 mg 3 dd)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen aanpassing van moederstof; metaboliet-accumulatie bij ernstig nierfalen (beperkte relevantie). Bij HD ná dialyse doseren.
Bronnen
  1. Metronidazol SmPC/FDA-label; Somogyi HD-klaring AAC 1986; SWAB.
Urineweg- & overige middelen

Nitrofurantoïne

Oraal · renaal

Eliminatie / let op: Renaal; werkzaamheid vereist adequate urineconcentratie. Bruikbaar t/m eGFR 30 mL/min; bij eGFR 30–45 bij voorkeur een korte kuur. Let op: systemische toxiciteit (pulmonaal, hepatisch, neuropathie) bij verminderde klaring.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard50 mg 4 dd of 100 mg MR 2 dd; profylaxe 50–100 mg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
≥ 30Bruikbaar; bij eGFR 30–45 bij voorkeur korte kuur (3–7 d), ongecompliceerde cystitisn.v.t.
< 30 / HDGecontra-indiceerd (onvoldoende urineconcentratie)contra-ind.
Bronnen
  1. SmPC / MHRA Drug Safety Update (formeel grens 45 met korte-kuur-uitzondering 30–44); hier afkappunt eGFR 30 mL/min.
  2. Singh N, et al. Nitrofurantoin in the elderly. PMID 27412314.

Fosfomycine (oraal, trometamol)

Oraal · renaal

Eliminatie / let op: Renaal onveranderd.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalCystitis3 g eenmalig
OraalProstaatprofylaxe3 g vóór + 3 g 24 u na
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>10Eenmalige 3 g gebruikelijkn.v.t.
< 10Niet aanbevolencontra-ind.
Bronnen
  1. Monuril (fosfomycine) SmPC.
  2. PK bij renale insufficiëntie PMID 3054756.

Fosfomycine (IV, dinatrium)

IV · renaal

Eliminatie / let op: Renaal onveranderd. Let op: hoge natriumbelasting (14 mmol Na⁺ per gram) — bewaak Na⁺/volume.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
IVStandaard (CrCl >80)12–24 g/dag in 2–3 dd (oplaad +100%, max 8 g/gift)
IVMeningitis16–24 g/dag in 3–4 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies — via dosis (na normale oplaaddosis)Aanpassing via
~40± 70% van dagdosis, 2–3 ddvia dosis
~30± 60%, 2–3 ddvia dosis
~20± 40%, 2–3 ddvia dosis
~10± 20%, 1–2 ddinterval / dosis
HD2 g aan einde van elke dialyseinterval / dosis
Bronnen
  1. Fomicyt (fosfomycine IV) SmPC (EMC); EMA.

Trimethoprim

Oraal · renaal

Eliminatie / let op: Primair renaal. Let op: hyperkaliëmie en creatininestijging (tubulaire secretieremming).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalStandaard200 mg 2 dd; profylaxe 100 mg 1 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdviesAanpassing via
>30Normaaln.v.t.
15–30Normale dosis 3 dagen, daarna halve dosisvia dosis
< 15Halve dosis (onder ID/nefro-toezicht)via dosis
Bronnen
  1. Trimethoprim SmPC; SWAB.

Co-trimoxazol (trimethoprim/sulfamethoxazol)

Oraal + IV · renaal

Eliminatie / let op: Beide componenten primair renaal. Let op: hyperkaliëmie, kristallurie/AKI, beenmergsuppressie, SJS. Doseringen: regulier op vaste dosis; PJP/PCP op gewicht.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
OraalRegulier960 mg (160/800) 2 dd; profylaxe 480–960 mg 1 dd
Oraal/IVPJP/PCP-behandelingTMP 15–20 mg/kg/dag (≈ co-trimoxazol 90–120 mg/kg/dag) in 3–4 dd, 21 dagen
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
NierfunctieAdvies — reguliere indicatiesAanpassing via
>30Normaal (960 mg 2 dd)n.v.t.
15–30Halve dosisvia dosis
< 15 / HDVermijden; alleen met SMX-spiegelbewaking (± 50% dosis)contra-ind.

PJP/PCP bij verminderde nierfunctie: 30–50 volledige dosis; 15–30 hoge dosis eerste 3 dagen, daarna ± halveren (bijv. 60 → 30 mg/kg co-trimoxazol 2 dd); < 15 gereduceerd én uitsluitend met spiegelbewaking. Streefwaarden: TMP-spiegel ≥ 5 µg/mL (effectiviteit); sulfamethoxazol 12 u post-dosis ≤ 150 µg/mL (bij > 150 staken tot < 120).

Bronnen
  1. EMC SmPC co-trimoxazol.
  2. Nissenson/Paap, TMP/SMX bij nierdysfunctie. PMID 2678767; SWAB PJP-richtlijn.

Rifampicine

Oraal + IV · hepatisch

Eliminatie / let op: Primair hepatisch (enterohepatische kringloop). Let op: hepatotoxiciteit; krachtige CYP-inductie (interacties); rood/oranje verkleuring lichaamsvocht.

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
Oraal/IVStandaard8–12 mg/kg 1 dd (meestal 600 mg 1 dd)
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen aanpassing bij ≤ 600 mg/dag; voorzichtig > 600 mg/dag bij CrCl < 30. Niet klinisch relevant gedialyseerd.
Bronnen
  1. Rifadin (rifampicine) SmPC; SWAB.

Fusidinezuur (natriumfusidaat)

Oraal + IV · hepatisch/biliair

Eliminatie / let op: Vrijwel volledig hepatisch/biliair; verwaarloosbare renale excretie. Let op: hepatotoxiciteit/cholestase; statine-interactie (rhabdomyolyse).

Dosering bij normale nierfunctie
RouteNiveau / indicatieDosering
Oraal/IVStandaard500 mg 3 dd
Aanpassing bij verminderde nierfunctie
Geen nieraanpassing nodig. Geen nieraanpassing; niet dialyseerbaar (hoge eiwitbinding).
Bronnen
  1. Fucidin (fusidinezuur) SmPC; SWAB.
Geen middel gevonden voor deze zoekterm.

Alle presentaties

Overzicht van alle PowerPoint-presentaties op NefroΠedia, gesorteerd per hoofdstuk.

Nierfysiologie
Nog geen presentaties toegevoegd aan dit hoofdstuk.
Glomerulaire aandoeningen
Nog geen presentaties toegevoegd aan dit hoofdstuk.
Tubulaire aandoeningen
Nog geen presentaties toegevoegd aan dit hoofdstuk.
Elektrolietstoornissen
Nog geen presentaties toegevoegd aan dit hoofdstuk.
Zuur-base stoornissen
Nog geen presentaties toegevoegd aan dit hoofdstuk.
Cardio-renaal syndroom
Nog geen presentaties toegevoegd aan dit hoofdstuk.
Chronische nierziekte
Nog geen presentaties toegevoegd aan dit hoofdstuk.
Genetische nierziekten
Nog geen presentaties toegevoegd aan dit hoofdstuk.
Presentatie toevoegen? Stuur uw PowerPoint-bestand naar Dr. E.M. Spithoven — de presentatie wordt dan aan het juiste hoofdstuk toegevoegd.

Alle richtlijnen & PDF's

Overzicht van alle PDF-documenten en richtlijnen op NefroΠedia, gesorteerd per hoofdstuk.

Genetische nierziekten
Zuur-base stoornissen
Glomerulaire aandoeningen
Chronische nierziekte
Elektrolietstoornissen
Nierfysiologie · Tubulaire aandoeningen · Zuur-base · Cardio-renaal
Nog geen PDF's toegevoegd aan deze hoofdstukken.

Alle video's

Overzicht van alle YouTube-videos op NefroΠedia, gesorteerd per hoofdstuk.

Nierfysiologie
Glomerulaire aandoeningen
Tubulaire aandoeningen
Elektrolietstoornissen
Zuur-base stoornissen
Cardio-renaal syndroom
Chronische nierziekte
Genetische nierziekten · Nierfysiologie verdieping
Nog geen video's toegevoegd aan deze hoofdstukken.

Alle leerboekhoofstukken

Overzicht van alle leerboek- en online referentielinks op NefroΠedia. Alle links verwijzen naar gratis toegankelijke bronnen.

Project Tulip Academy — alle hoofdstukken
Standaardwerken
Disclaimer: Deze website is uitsluitend bedoeld voor educatieve doeleinden — om medische onderwerpen uit te leggen aan studenten, coassistenten, artsen en andere zorgverleners. De informatie op deze website is niet bedoeld als vervanging van professioneel medisch advies, diagnose of behandeling en mag niet worden gebruikt als leidraad voor klinische beslissingen. De beheerder aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid voor het gebruik van de inhoud in een klinische context. Raadpleeg altijd de actuele richtlijnen en een gekwalificeerde zorgverlener.